

Geschiedenis van de eerste Tibetaanse Mastiffs in Nederland
TOEN EEN KLEINE 25 JAAR GELEDEN EEN PAAR FOKKERS AAN EEN AVONTUUR BEGON DAT DE ‘TIBETAANSE MASTIFF’ HEETTE, HEEFT MEN ZICH WAARSCHIJNLIJK NIET GEREALISEERD HOE DEZE “WILDE ONTEMBARE” BERGHOND UIT DE HIMALAYA IN DE WESTERSE BESCHAVING ZOU INBURGEREN EN HIJ NU EEN GEZELSCHAPSHOND BIJ UITSTEK ZOU WORDEN. ER GINGEN IN HET BEGIN ZELFS STEMMEN OP DIE BEESTEN MAAR BETER DAAR TE LATEN WAAR ZE HOORDEN, WANT IN EUROPA KON ZO'N SOORT HOND TOCH NOOIT WENNEN.
 
EERSTE IMPORTEN
Voordat het grote Do-Khyi avontuur kon beginnen zette al in de jaren 30 een Tibetaan voet op Nederlandse bodem die in veel hondenencyclopedieen en boeken vermeld staat: de beroemde Patiala, in bezit van diplomaat en wereldreiziger Ph. Visser. Deze kreeg genoemde hond ten geschenke van de Maharadja van Patiala. Patiala heeft de heer Visser en zijn vrouw op talloze reizen door de gehele wereld vergezeld. Patiala was toen natuurlijk een sensatie en talloze verhalen en anekdotes deden de ronde over deze bijzondere hond.
DE NEDERLANDSE STAMMOEDER
Grey King, wiens gezondheid vanwege een longkwaal nooit best was en die helaas ook niet oud mocht worden, dekte de reeds bovengenoemde Smokey in de kennel van Desaäl, volgens de heer Kraaij een ‘ongelukje’, want hij vond haar eigenlijk niet typisch genoeg en veel te klein. Des te groter was zijn verbazing over de homogeniteit van de twee reuen en vier teven die op 9januari 1979 geboren werden, en die hij allemaal zelf hield. De teven Rakaposhi Rajkumari, Makalu Rajkumari, Cho-Oyu Rajkumari en Nanda-Devi werden allen gebruikt voor de verdere fokkerij en staan op bijna iedere Europese stamboom vermeld.Tien maanden later kreeg Smokey haar tweede nest. Vader was deze keer de Zwitserse reu ‘Castor, in het bezit van dr Eichenberger, die deze evenals de teef Droyma, van één van zijn trektochten door het grensgebied van Bhutan-Tibet had meegebracht. Alleen de reu ‘Samson’ bleef in leven, de andere pups liet men inslapen. Een procedure die zich in de komende jaren nog vaker zou herhalen, want de heer Kraaij selecteerde streng. De net 11 maanden oude Rakaposhi Rajmkumari kreeg kort daarna zes pups van de Nepalese reu Samdup, in het bezit van de Franse acteur Alain Delon. Ook Dolma werd door Samdup gedekt en kreeg drie pups, waarvan Diamond en Pearl een rol in de toekomstige ontwikkeling van het ras zouden gaan spelen. In de jaren 1979-1984 werden in de kennel ‘van Desaal' 25 nesten geboren. In 1981 had de heer Kraaij ult Duitsland een zoon van de legendarische Nepalese import TU-Bo geimporteerd, die hij vanaf dat moment veel gebruikte. Zo bracht hij de gewenste verbetering in type en grootte. Yi-Dam Akbar’s beroemdste zonen zijn de wereldkampioenen Buddha van Desaal en Bumper.

|
HET GROTE AVONTUUR
Toen in maart 1978, na jarenlange onderhandelingen en correspondentie, uiteindelijk vier pups uit India op Schiphol aankwamen, was dit het startsein voor de Nederlandse fokkerij. De bekende Mastiff-fokker Nol Kraaij uit Budel was via de Nederlandse ambassade in New Delhi in contact gekomen met fokker Captain Grewal. De heer Kraaij werd gesteund door mevrouw Sriwastava uit Wognum, die met een Indiase man getrouwd was en het administratieve gedeelte voor haar rekening nam. Maar voordat de vier pups, die uit de combinatie Sameru en Mirage geboren waren, eindelijk op Schiphol aankwamen was er nog een behoorlijke vertraging op het vliegveld en konden de kleintjes niet op tijd vertrekken. Jan Ravensburg, technical officer bij de ambassade in India, ontfermde zich over de hondjes en nam ze mee naar huis. Hij zou later een nog veel belangrijker rol gaan spelen. Hij stuurde de heer Kraaij namelijk enige maanden later nog een teef die als stammoeder op iedere Nederlandse stamboom staat: Desa Rani Sadyia, bijgenaamd ‘Smokey’.
Bij aankomst op Schiphol kon een getukkige mevrouw Sriwastava twee van de vier pups, Tashi en Nyima, in haar armen sluiten en de heer Kraaij nam de andere twee pups, Grey King en Dolma, mee naar huis. Tashi en Nyima hadden later een ongepland nest, dat geen invloed had op de fokkerij van de beginjaren omdat mevrouw Sriwastava alle pups aan vrienden en familieleden gaf.
Afgezien van de inteeltproblematiek vreesde ze toen al de vercommercialisering van het ras en zij was niet van plan hier aan mee te doen.
FOKKERIJ
Door de hoge eisen die er tegenwoordig aan de fokdieren gesteld worden, staat de fokkerij er vandaag goed voor. Wel moet er gelet worden op steeds toenemende inteelt in sommige bloedlijnen. Kenmerkende kwalen kent het ras niet, maar wel moest het beeld van de " robuuste oerhond" in het algemeen
enigszins worden bijgesteld sinds onderzoeken zoals HD en oogonderzoek verplicht gesteld werden en snel genoeg bleek dat ook een Do-Khyi afwijkingen kan hebben zoals iedere andere bond. De waan van sommige fokkers dat alleen groot, groter, grootst mooi is, en die de oude uitspraak van Marco Polo dat hij honden aantrof ‘zo groot als ezels’, waar willen maken, zal het ras geen goed doen. Het streven naar gigantisme heeft bij andere rassen reeds grote schade aangericht. De Do-Khyi is noolt een reuzenhond geweest en mag het ook niet worden. Keurmeesters moeten erop bedacht zijn de Do-Khyi sound en beweeglijk te houden, met de gedachte aan een onvermoeibare nomadenhond die over moeilijk begaanbaar terrein loopt en springt. Een zeer zware hond van zo’n 70-80 kilo met enorme plooien en veel hangende huid in het gezicht rent nooit lichtvoetig onder barre omstandigheden achter schapen aan.
|
Zij hebben ongelijk gekregen; er is door selectief fokken met deze wijde, oorspronkelijke hond een bijzonder aangename en fijne huishond ontstaan. Zijn grote aanpassingsvermogen, zo typisch voor de Do-Khyi (zoals hij tegenwoordig officieel heet), heeft hem daarbij geholpen. De eerste pioniers hadden in het begin een moeilijke weg te gaan, maar de Nederlandse fokkers hebben met hun bloedlijnen en honden uiteindelijk wereldfaam verkregen.
HET LAND VAN OORSPRONG
Maar alvorens dieper op de jongste geschiedenis en ontwikkeling in Nederland in te gaan, wil ik kort de ‘Tibetaan’ in zijn geboorteland schetsen. In Tibet en omliggende Himalayalanden is het voor de bewoners niet zozeer belangrijk hoe de honden eruitzien, maar eerder wat hun capaciteiten zijn. ‘Khyi’ is daar de algemene benaming voor hond. Bedoeld worden daarmee roedels loslopende, wilde honden die door de plaatselijke bevolking genegeerd, maar wel getolereerd worden. Sommigen tonen een frappante gelijkenis met de Do-Khyi, wat bouw, hoofd en kleuren betreft. En zo heeft menige " Khyi" nog bijgedragen aan de ontwikkeling van het ras in het westen. Door met deze minder typische exemplaren, die niettemin duidelijk Do-Khyi kenmerken in zich droegen, te fokken kon de genenpool verder uitgebreid worden, zonder dat dit aan het rasbeeld afbreuk deed.
De Do-Khyi,
het type hond dat de officiele rasstandaard FCI No.230 beschrijft, leeft in tegenstelling tot de gewone Khyi samen met de mensen. Deze Do-Khyi (wat in het Tibetaans zoveel betekent als “vastgebonden hond”), fungeert niet alleen als ‘blaffende deurbel’ maar is ook als loslopende waakhond van levensbelang (de benaming, Mastiff zoals de Engelse kolonialisten de honden noemden, is misleidend; net zoals de Tibetaanse Terrier geen echte Terrier is).
De oude verhalen over de Do-Khyi als kuddebewaker zijn vandaag vaak geen realiteit meer. Tegenwoordig is het eenvoudiger en goedkoper twee herders aan te stellen die de kudden bewaken dan de benodigde drie tot vier honden. Veel nomaden kunnen het zich niet veroorloven om zoveel honden te bekostigen. Kunnen ze dat wel, dan is dat een teken van welstand. Het in Tibet algemeen gehouden rund, de yak, behoeft in de regel geen bewaking, maar voor schapen, geiten en paarden worden graag honden ingezet. Deze bewaken dan ook de tenten en de kudden in de nacht. Wat reizigers steeds weer vertellen is, dat de honden zich, als ze vastgebonden zijn, heel agressief en wild gedragen, maar zodra ze door een vertrouwd iemand benaderd worden (en dat kan zelfs een klein kind zijn) onmiddellijk tot rust komen.
Gevoerd worden ze met afval en dat kan werkelijk van alles zijn. Voor ons gevoel zien de meeste honden er ondervoed en magertjes uit. Toch is de Do-Khyi met heel weinig tevreden, een eigenschap die ook vandaag de dag nog veel honden ‘in het westen’ vertonen.
Het meest geliefd zijn de black-tan honden met hun tweede paar ogen, “the eye that never sleeps”, maar ook zwart en de rood-goud-sable gekleurde exemplaren zijn zeer gewaardeerd. De honden worden voor het fokken naar hun kwaliteiten voor het werk uitgezocht, en behalve ten aanzien van de kleur, naar uiterlijk.
Alleen de sterke pups overleven in de barre leefomstandigheden die in de Himalaya landen heersen.
De selectie door middel van de survival off the fittest komt hier in de praktijk tot zijn recht. De Do-Khyi teven zijn maar éen keer per jaar loops. Een eigenschap die, op een enkele uitzondering na, ook de westerse zusters behouden hebben. Het was, en is, nog steeds moeilijk om honden ult deze landen te halen; ze behoren voor de Himalayabewoners tot hun waardevolste bezittingen.
En zo was in het begin dan ook de hamvraag: waar krijg je een ‘echte’ Do-Khyi vandaan?

|
NOG MEER IMPORTEN
Jan Ravensburg raakte inmiddels gefascineerd door deze honden en zette zijn speurtochten in de Indiase bergen en dorpen en ook in Nepal verder voort. Toen hij korte tijd later naar Monnickendam terugkeerde, vergezelden hem niet alleen drie Lhasa Apso’s, maar ook zes Do-Khyi. De indrukwekkende rode reu India’s kamploen ‘Motoo Smaradja of Henley’, de reuen Rothang en Sindoo (die als Himalayan Sheepdog geregistreerd stond) en de teef Shebana werden na een grondige beoordeling in de bijlagen van het Nederlandse Hondenstamboek (NHSB) opgenomen. De twee andere honden werden helaas afgewezen. Twee jaar later werd het eerste ‘officiële’ nest in kennel ‘van Chattang’ uit Motoo en Chico (een dochter uit het nest van Shebana en Sindoo uit een eerdere paring, die door de Raad van Beheer om bureaucratische redenen geen registratie had verkregen) geboren. De zwarte reu Angmo Raikumari van Chattang zou als ‘Dutchman’, die de Amerikaanse fokkerij grote diensten bewees, de geschiedenis ingaan. In de jaren 1979-1 986 werden vijf nesten geboren. Deze honden staan aan de wieg van veel kennels in Europa en Amerika. Lange jaren was het stil in Kennel Chattang tot later 1995 weer een nest uit Kamp. Black Yi-Dam van Begero en Ang-Hi geboren werd, waarvan de heer Ravensburg de teef Ang-ka aanhield. Vandaag leeft ze samen met haar baas en de reu Samantabhadras Lobsang Chattang in Spanje, waar hopelijk de oudste Nederlandse bloedlijn nog voort zal blijven bestaan.
VERVOLG OP HET PIONIERSWERK
Deze pioniers hadden baanbrekend werk verricht, dat nu door volgende generaties fokkers verantwoord verder uitgebouwd moest worden. Mevrouw Luijks, met haar kennel ‘van de Zegse Heide’, werkte met veel kennis en fijngevoeligheid wat combinaties betrof, verder aan het beeld van de Nederlandse Tibetaan. Tien jaar lang werden in Zegge mooie honden geboren, die vandaag in Europa als stammoeders en -vaders van bekende kennels vermeld staan. Ook in de showring domineerden toendertijd de Zegse Heidehonden, en van dezen werden velen kampioen. Mevrouw Luijks legde een sterke basis voor de tegenwoordige fokkers, die op hun beurt weer met Zegse Heide-honden verder fokten. Bertus en Gerrie Spronk uit Oldebroek met hun van Begero’ kennel en de heer van Uden (kennel ‘van de Krekelberg’) zijn eveneens toonaangevend geweest. In 1985 werd in kennel ‘Ni A Soechavati’ te Tiel het eerste nest uit Kamp. Bayankaias van de Zegse Heide x Kamp. Bumper geboren. De familie Reusen zou als recordhouder de geschiedenis ingaan: niet alleen als fokker van de meeste wereldkampioenen die ons ras kent, maar ook van de meeste Nederlandse kampioenen en de meest gelauwerde Tibetaan van Nederlandse bodem. Nieuwe importen zijn naar ons land gekomen om de genenpool te verbreden. In de showring bevindt men zich op een zeer hoog niveau.
De Do-Khyi zal (gelukkig) nooit een showtopper worden, al zijn er incidenteel groepsplaatsingen te melden.
KANTTEKENINGEN
In de atgelopen 25 jaar heeft men met het Do-Khyi-avontuur veel bereikt. Veel generaties hebben baat gehad bij het pionierswerk van het eerste uur. Rest ons nu van bet verleden te leren en in de toekomst fouten te voorkomen die het ras schade zouden kunnen berokkenen. Want ondanks alle positieve aspecten zijn er natuurlijk ook kritische kanttekeningen. De klok laat zich niet meer terugdraaien om gemiste kansen alsnog te benutten. Samenwerking was en is een woord dat in het vocabulaire van sommige fokkers niet voorkomt. Waarom zijn de eerste import-honden niet veel meer onder elkaar gekruist om de genenpool van begin af aan meer te verbreden? Waarom zijn sommige uitmuntende honden nooit voor de fokkerij ingezet? Waarom heeft men niet meteen een database opgesteld om afwijkingen te registreren en gegevens omtrent alle geboren honden te verzamelen? Waarom is men pas zo laat begonnen de fokdieren te onderzoeken? Enzovoort, enzovoort. Destijds zijn er nesten gefokt zonder erover na te denken waar men mee bezig was. Tibetanen belandden in dierenasiels of werden zelfs afgemaakt omdat ze, geheel ten onrechte, als onhandelbaar worden beschouwd. En nu ligt een nieuw TMC-fokbeleid voor de Raad van Beheer klaar om een nieuw tijdperk voor de fokkerU in te gaan. We zijn benieuwd welke fokkers en liefhebbers zich in de toekomst voor het ras zullen blijven of gaan inzetten. |
KARAKTER
Wat mag je vandaag verwachten als je oog op een Do-Khyi valt? Zijn het nog steeds van die eigenwijze mormels die weglopen, nooit willen luisteren en uren blaffen? Het is een grote uitdaglng om als fokker dieren voor de fokkerij te selecteren die wel de typische kenmerken van de Do-Khyi hebben behouden en toch in ons dichtbevolkte, door veel regels ingeperkte Europa niet negatief opvallen. Het moet een goede waakhond btijven zonder meteen in alles wat langskomt zijn tanden te zetten. Eigenzinnig, trots en soms een beetje hautain, maar toch een echte gezinshond, die prima kan opschieten met de kinderen en ook met de bijbehorende katten, kippen of paarden. Stoicijns en lankmoedig, niets kan ze snel van hun a propos brengen. Dankzij de ‘Peter-Beekman-generatie’ van nieuwe fokkers die hun kopers het goede advies geven dat ook de legendarische wachter van het dak van de wereld moet komen als je hem roept, hebben kersverse Do-Khyi elgenaren zich op puppyles gestort en sommige Do-Khyi's hebben het zelfs tot GGI en reddingshond gebracht. Wie 15 of 20 jaar geleden nog ‘bij’een Tibetaan in huis mocht wonen leeft vandaag ‘met’ hem. Het meer op de mens gericht zijn en ook soms door een wilde omhelzing of knuffel, de enorme aanhankelijkheid tonen die de Tibetaan altijd wel eigen is geweest, maken hem de perfecte hond voor diegene die geen slaaf in huis wilt hebben, maar wel een volwaardig gezinslid. Het zijn gevoelige honden; ‘mindreaders’die een fijne antenne hebben voor stemmingen en situaties. De hoge levensverwachting van 10 tot 12 jaar voor een dergelijke grote hond is een dikke plus. Er is een gezegde onder de Tibetaneneigenaren dat altijd wel zijn geldigheid zal blijven houden: je kan een Tibetaan wel kopen maar nooit bezitten. En dat is ook goed zo.
ENKELE PASSAGES UIT DE RASSTANDAARD
De minimumschofthoogte van een reu is 66 cm bij een gewicht van circa 65 kg; de minimimhoogte van een teef is 62 cm bij een wat lager gewicht. De totale aanblik van de hond is zwaar, breed en sterk. De dikke manenkraag met de achter het achterhoofd opstaande haren accentueert het machtige hoofd. De schedellengte verhoudt zich tot de lengte van de snuit als M; de lengte van de snuit mag echter ook iets korter zijn. De schedel is breed en massief met een geprononceerde achterhoofdsknobbel en een duidelijke stop. De ondiepe plooi boven de ogen loopt langs de zijkant van het hoofd door tot aan de mondhoeken. De snuit is kort, breed en maakt een vierkante indruk, ongeacht van welke kant men hem beziet. De boventip hangt iets over de onderlip. De ogen zijn middelgroot, maar liever nog iets kleiner. Ze liggen tamelijk diep, zijn helder, staan goed uit etkaar en zijn iets schuin geplaatst. De kleur is donkerbruin; een wat tichtere oogkteur is uitstuitend toegestaan bij honden met een grijze vachtkteur. De uitdrukking in de ogen is ernstig of oplettend. De hangende oren zijn driehoekig, middelgroot, liggen aan het hoofd en zijn tamelijk laag aangezet. De oren zijn voorzien van kort, zijdeachtig haar, bij zeer zwaar behaarde honden wordt lets tanger haar op de ogen toegestaan. De staart wordt in een lichte krul over de rug gedragen. Het gangwerk is krachtig en vrij, nooit log maar attijd licht en veerkrachtig. In het atgemeen geeft de hond de voorkeur aan een langzame gang. Zijn bewegingen wekken soms bijna de indruk van een vertraagd beeld. De vacht is lang, hard en ruig, met een dikke, zware onderwol die bij het verharen bijna geheel loslaat, dun, hard, recht haar, dat de neiging heeft om rechtop te staan. Nek, schouders en hals zijn bedekt met een dikke manenkraag, die boven op het hoofd een soort kuif vormt. Aan hoofd en poten is het haar kort, met uitzondering van het bovenachterbeen, waar de yacht zwaarder moet zijn. De lengte van de vacht is verschillend, ze mag echter nooit wollig, zijdeachtig, gekruld of gegolfd zijn. Naast de standaardzin in de rasstandaarden dat elke afwijking naar verhouding moet worden beoordeeld, worden ook een aantal expliciete fouten genoemd: zwak en licht botwerk; hoogbenigheid; onvoldoende hoeking; onharmonisch totaalbeeld; gekromde rug; afvallend kruis, te hoog aangezette oren; te grote en/of uitpuitende ogen; entropion; ectropion; te smal hoofd; te lichte of te spitse voorsnuit; grootte en gewicht beneden de minimumwaarden van de standaard; alle genoemde ongewenste kleuren; monorchisme of cryptorchisme.
Tekst Sanne Rutloh/ Foto's Alice van Kempen Sanne Rutloh
Bron Honderwereld 13 2003
Terug naar boven |
GUINESS BOOK OF DO-KHYI
Dc meest succesvolle Tibetaan aller tijden werd in Nederland gefokt.
Multi Champ. Kandschur Ni A Soechavati heeft adembenemende overwinningen behaald en het image van de Nederlandse Do-Khyi in het buitenland bepalend beinvloed. “Mooi, gezond en met een prettig karakter’, met deze trefwoorden heeft hij als ambassadeur voor Nederland jaren positieve PR gemaakt. Hij werd Internationaal, Nederlands, Duits, Zwitsers, Luxemburgs, Deens, Fins, Oostenrijks, Monegaskisch, ltaliaans kampioen, tevens Wereld- on Europeeskampioen, jeugdwinner en Winner, Bundes- en Europasieger. Hij behaalde diverse dag- en jeugdtitels, waarvan er te veel zijn om hier allemaal op to noemen, en werd BOB resp. BIS op de clubmatches van de Nederlandse, Belgische, Zwitserse, Italiaanse, Oostenrijkse en Engelse Clubs.
KLEUREN
In de standaard van de Do-Khyi staan de volgende kleuren vermeld:
black-tan, zwart, grey-tan of grey en rood. Laatstgenoemde kleur heeft bij menigeen heftige gevoelens en reacties tosgemaakt. Terwijl de eerste importen uit de Chattangkennel deze kleurvariant vertegenwoordigden was het met de rode honden in de Nedertandse fokkerij slecht gesteld. Vooroordelen als “ze zijn agressief en niet rastypisch, het is een miskleur etc.” lieten de rode populatie tot nul slinken. (Waren niet ook de eerste importen naar Engeland in de jaren 30 overwegend rood van kleur’?!) De typische exemplaren werden allen naar het buitenland geexporteerd waar ze gelukkig succesvol ingezet werden. Wat bezoekers uit binnen- en buitenland dan ook op clubmatches of shows opviel was het ontbreken van zelfs maar een rode Tibetaan, terwijl de wieg van deze kleur nota bene in Nederland stond. Na meer dan 15 jaar absentie werd er ‘weer een nest geboren met drie rode en vijf zwarte pups. Het balletje was aan het rollen en niemand die dat meer tegen kon houden. Op de laatste ctubmatches waren dan ook mooie, typische’rode bieten’ in alle kleurschakeringen, van dieprood tot blond, te bewonderen. De originele standaard zegt het zetfs nog preciezer: “various shades of gold”. Er moet soms nog een beetje voorlichting gegeven worden omtrent vooroordelen zoals isabel is een miskleur of "ik vind ze te rood”. Een feit is, dat genetisch gezien van (lichtblond tot vossenrood) alles mogelijk is. Sterker nog; een recente Tibetaanse legende vertelt dat Tibet bevrijd zal worden van de Chinese bezetter ats er een sneeuwwitte Tibetaan geboren wordt. Een aantrekkelijke gedachte...

|
Wij
fokken volgens de reglementen van de Raad van Beheer, de Internationale
Fokregels
van
de FCI en
de fokreglementen van de Tibetaanse Mastiff Club



W. A. Tegelaar
Ruurlohoeve 32
3137 RD Vlaardingen
Nederland
+31(0)104751026
|
|