De eerste verschijnselen die de eigenaar van een hond
met een maagtorsie ziet optreden, wijzen nu niet direct
in die richting; de hond vertoont een stijve gang en
loopt met opgetrokken buik. Later zijn de verschijnselen
duidelijker; de hond wordt onrustig, wordt misselijk
(veel slikken, likken en kwijlen) en maakt de indruk
pijn te hebben. De hond probeert te braken, maar er
komt alleen wat slijm uit. De buik wordt dik. Dat de
maag het voedsel niet meer kwijt kan betekent ook dat
het gas in de maag niet meer weg kan. Of er inderdaad
sprake is van een gasophoping kan men zelf vaststellen
door in het gebied van de linkerflank, net achter de
laatste rib, een paar maal met de vingers te tikken.
Is er een gasophoping dan zal een holle toon ontstaan,
vergelijkbaar met het geluid van een trommel. Het wordt
dan zaak dat met de meeste spoed door de dierenarts
wordt ingegrepen. Hij zal eerst proberen de te grote
druk in de maag op te heffen door middel van een maagpunctie.
Er bestaat een kans dat de maag, verlost van het gas,
(gedeeltelijk) terug draait. Lukt dit niet, dan moet
operatief worden ingegrepen om het nog achtergebleven
voedsel te verwijderen en de maag terug te draaien.
De oorzaak van een maagtorsie is (nog) onbekend. Wel
kan worden gezegd, dat een maagtorsie meestal kort
na de maaltijd optreedt, als de maag behalve gas ook
vrij veel voedsel bevat. Hoewel een maagtorsie geheel
toevallig kan optreden, bestaat er ook verband tussen
maagtorsie en grote activiteit vlak na het eten van
de hond. Teveel eten, soms ook teveel drinken of teveel
luchtslikken kan de maag overbelasten, waardoor het
zwaartepunt van de maag zich verplaatst en torsie kan
optreden. Het verdient daarom aanbeveling om, vooral
de wat grotere rassen, vaker op een dag kleinere hoeveelheden
voedsel (en ook drinken) te geven.
Wij raden u aan, uw hond na de maaltijd enige tijd
rust te gunnen. Dat betekent dus ook, dat u uw hond
NIET met een volle maag mag trainen! Mogen we daarop,
in het belang van de hond, rekenen?